CHAMPIGNONBOUILLONBLOGJE

Ooit, ver voor coronatijd, was ik in een Franse supermarkt op zoek naar paddestoelenbouillon. Ik kende ze, die blokje dus, uit de italiaanse keuken. Maar achter mijn houtgestookt fornuis in een gehuurd frans alpenhuisje ontbeerde ik deze handige smaakversterker en snelde naar de Supermarché in St. André op nog geen 35 minuten autorijden. Ik vergat mijn schort uit te trekken, maar had dat pas door toen ik twee uur later weer achter mijn fornuis stond en - startklaar dus ook een wijntje ingeschonken - mijn schort wilde aantrekken. Oeps met terugwerkende kracht...

In de supermarché bedacht ik me pas na een kwartier dat ik zocht naar paddestoelenbouillon, dus dat schoot niet op. Dus maar snel bij de C gekeken; Champignonbouillon. Met dat woord in het hoofd zoek je dan alle rijden bouillonblokjes af, ookal ben je de C al lang voorbij. Maar neen, ik vond ze niet. Ik begon bijna 'champignonbouillonblokjes... champignonbouillonblokjes... champignonbouillonblokjes...' te zingen, toen een jonge dame in mijn linkerooghoek verscheen. Ik keek niet opzichtig, daar moet je als 60-jarige erg mee oppassen, maar zag dat ze zonder zoeken aan het begin van de rij bouillonblokjes een doosje lostrok. Onmiddellijk deed ik een stap in haar richting en vond de plek waar dat doosje vandaan kwam. 'Brodo Funghi Porcini' las ik. Aan de afbeelding te zien kwam ik in de buurt. Maar waarom Champignons bij de B? Als logisch vervolgde ik met mijn vinger mijn zoektocht tot ik bij de C aankwam: 'Cubes de bouillon de champignon'! Yes! wilde ik uitschreeuwen, maar bedacht me op tijd. Zo'n schort misstaat al genoeg.

Op de terugweg galmde er 35 minuten lang 'champignonbouillonblokjes... 'champignonbouillonblokjes... 'champignonbouillonblokjes...' door de franse Alpen. Een lied dat er - zo bleek 3 maanden later in een Dirk van de Broek winkel in Appingedam - nooit meer uit je kop gaat! Gelukkig vond ik daar na 12 minuten al mijn gezochte champignonbouillonblokjes ook onder de B...

WOORD

Het woord dat me aanstaart
lijkt wars van muziek,
maar ik weet: er huist ‘n melodie,
een klankenspel van tongvallen en klemtonen.

Voorzichtig leg ik het in mijn hand

druk erop,
knijp zachtjes om te kijken of het meegeeft
teruggeeft...

Dan in mijn mond
waar mijn tong proeft
hoe het klinkt en of het naar meer smaakt.
Ik bijt wat op schreven en hanepoten,
knabbel en knars de klinkers,
sabbel op de laatste letters
todat het woord smelt en naar binnen glijdt
waar het vlam vat
en me even gelukkig maakt:
Ik zing
zachtjes